Citaat | Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 44 Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4367.
3.2 Tegen de vordering van de man tot betaling van ƒ 70.430,76 heeft de vrouw zich voor de Rechtbank onder meer verweerd met het betoog dat de door haar op 31 maart 1994 gedane schriftelijke toezegging een schenking tussen echtgenoten betreft, welke krachtens art. 7A:1715 BW nietig is. De Rechtbank heeft dit verweer van de vrouw, die in reconventie voorwaardelijk vorderde de overeenkomst van 31 maart 1994 met terugwerkende kracht te ontbinden, gegrond geoordeeld. Het standpunt van de man dat de toezegging door de vrouw was gedaan ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis werd door de Rechtbank verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a, en de alinea staat in dat document op bytes 11586 tot 12216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a | shasum -a 256