Citaat | Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 50 Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4367.

3.4.2 Het Hof heeft uitsluitend op grond van het feit dat de man de in rov. 3 nader aangeduide verbouwingen en vernieuwingen heeft uitgevoerd geoordeeld dat de vrouw jegens de man een dringende morele verplichting als bedoeld in art. 6:3, lid 2, aanhef en onder b, BW had om de helft van de waardestijging van de haar in eigendom toebehorende woning aan hem ten goede te laten komen. Dit oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting: het enkele uitvoeren door de man van de hiervoor bedoelde verbouwingen en vernieuwingen kan niet leiden tot het oordeel dat op de vrouw een dringende morele verplichting in de zin van voormelde wetsbepaling rust om, in afwijking van het overeengekomen huwelijksgoederenregime, de man de helft van de ƒ 140.861,52 belopende overwaarde van de woning ten goede te laten komen. Het middel, dat hierop gerichte klachten bevat, is derhalve in zoverre gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a, en de alinea staat in dat document op bytes 15501 tot 16410.