Citaat | Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 27 Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4369.
Het EG-Verdrag - in het bijzonder artikel 14 EG, maar ook het bepaalde in artikel 30 EG-Verdrag (thans artikel 28 EG) en artikel 95 EG-Verdrag (thans artikel 90 EG) - noodzaakt derhalve, aldus de klacht, om bij intracommunautaire leveringen toepassing van het nultarief toe te staan indien de levering zelf, de persoon van de afnemer, diens status als ondernemer en diens buitenlandse BTW-identificatienummer vaststaan. Het ontbreken van een hard bewijs van grensoverschrijdend vervoer mag een leverancier die te goeder trouw is, dan niet worden tegengeworpen. In de klacht wordt daarnaast aangevoerd dat het bestaande systeem van nationale periodieke aangiften, de vergelijking van die aangiften op Europees niveau en de verplichte onderlinge bijstand tussen de lidstaten een dusdanig snelle en effectieve controle mogelijk maakt dat dan voor fraude en misbruik niet gevreesd behoeft te worden. De voorwaarde dat de leverancier moet kunnen bewijzen dat de goederen naar een andere lidstaat worden overgebracht, verzekert voorts, aldus de klacht, de juiste werking van het BTW-stelsel in het geheel niet, aangezien niets de afnemer weerhoudt de goederen na ontvangst in het buitenland weer direct terug te vervoeren naar het land van vertrek, zoals bijvoorbeeld bij carrouselfraude.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b965dff52c3bacd1894ac48c3570b71d669a2c2015700c26f505ef12866c3905. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b965dff52c3bacd1894ac48c3570b71d669a2c2015700c26f505ef12866c3905, en de alinea staat in dat document op bytes 12434 tot 13729.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b965dff52c3bacd1894ac48c3570b71d669a2c2015700c26f505ef12866c3905 | shasum -a 256