Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 32 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4378.
3.5. Het middel in het principale beroep mist feitelijke grondslag, voorzover het ervan uitgaat dat de Rechtbank met haar oordeel omtrent de waarde van de bodembestanddelen het oog heeft gehad op het voordeel dat de Provincie zou kunnen behalen door de in de onteigende grond aanwezige bodembestanddelen aan derden te verkopen. Blijkens haar verwijzing naar de brief van Tunnel Engineering Consultants (TEC) heeft de Rechtbank het oog gehad op de besparing voor de Provincie, welke voortvloeit uit de omstandigheid dat zij vanwege de aanwezigheid van zand in de onteigende grond voor het aanvullen van de tunnel, voor het egaliseren van het terrein van de Zuidtangent en voor de ophoging van het terrein, geen zand van derden behoefde te kopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b343333a8d2c9492756f5beda821dcdec1cd724fbf0072b51d2ecaffb0b82d45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b343333a8d2c9492756f5beda821dcdec1cd724fbf0072b51d2ecaffb0b82d45, en de alinea staat in dat document op bytes 11806 tot 12564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b343333a8d2c9492756f5beda821dcdec1cd724fbf0072b51d2ecaffb0b82d45 | shasum -a 256