Citaat | Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 30 Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4380.

3.2 Evenals de President heeft het Hof de hiervoor onder 1 vermelde vordering van de man - kort gezegd: veroordeling van de vrouw tot medewerking aan de verkoop en overdracht van de tot de onverdeelde huwelijksgemeenschap behorende voormalige echtelijke woning aan degenen met wie de man de koopovereenkomst van 17 februari 2000 heeft gesloten, zulks onder de bepaling dat bij gebreke van die medewerking het te wijzen vonnis de voor de verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaring van de vrouw zal vervangen (art. 3:300 lid 2 BW) - toewijsbaar geacht op grond van de overweging dat indien de man een machtiging als bedoeld in art. 3:174 BW zou hebben verzocht, hetgeen hij ten onrechte heeft nagelaten, die machtiging aan hem zou zijn verleend. Hiertegen keren zich de middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f638fb41b734664ac122cfb1abbc17e41ec43b5868f398ed44b576367d981bc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f638fb41b734664ac122cfb1abbc17e41ec43b5868f398ed44b576367d981bc5, en de alinea staat in dat document op bytes 6815 tot 7622.