Citaat | Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 46 Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4390.
3.2.2 De Rechtbank heeft geoordeeld dat vaststaat dat [verweerder] het eerste bedrag heeft ontvangen ter doorbetaling aan de voormelde personen. [Verweerder] is toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij een gedeelte van 40% van dit bedrag, derhalve US$ 300.000, als commissie heeft betaald aan een bemiddelaar van wie de naam onbekend is. [Verweerder] is voorts toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij aan [eiseres] een bedrag van US$ 150.000 in contanten heeft betaald. Ten slotte heeft de Rechtbank [eiseres] toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat [verweerder] een derde gedeelte van het door hem ontvangen bedrag van US$ 90.000 aan haar moeder verschuldigd was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb1334522f0140c300e0881068e6da01b55849f5512ff8d2fa871c9cbc19e313. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb1334522f0140c300e0881068e6da01b55849f5512ff8d2fa871c9cbc19e313, en de alinea staat in dat document op bytes 10571 tot 11279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb1334522f0140c300e0881068e6da01b55849f5512ff8d2fa871c9cbc19e313 | shasum -a 256