Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 39 Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4430.

3.4 Onderdeel 1 is gericht tegen het door het Hof in rov. 5.2 gegeven oordeel en betoogt dat [eiser] de bevindingen van de psychiater heeft bestreden met de stelling dat hij vraagtekens plaatst bij de wijze waarop de psychiater het onderzoek heeft uitgevoerd en dat het Hof derhalve niet zonder meer van deze bevindingen van de psychiater had mogen uitgaan. Het onderdeel faalt, omdat het Hof heeft geoordeeld dat [eiser] niet de juistheid heeft bestreden van de op dossieronderzoek berustende bevindingen van de psychiater dat [verweerster] bij het doen van de aangifte erg angstig was, dissocieerde en automutileerde en dat het RIAGG haar na haar gesprek met de politie heeft afgeraden verdere stappen te ondernemen, omdat zij psychotisch dreigde te worden. Dit oordeel berust op de aan het Hof voorbehouden uitleg van de stukken van het geding en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het hierop gegronde oordeel van het Hof in rov. 5.2 is evenmin ontoereikend of onbegrijpelijk gemotiveerd, nu het Hof zijn oordeel mede heeft gebaseerd op de in eerste aanleg in het geding gebrachte brief van de klinisch psycholoog De Heer, inhoudende dat eerdere aanzetten tot het nemen van actie dan de aansprakelijkstelling van 28 mei 1998 bij [verweerster] leidden tot een ernstige toename van de symptomatologie. Het middel richt zich niet tegen het oordeel van het Hof dat [eiser] deze brief op dit punt niet heeft bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d, en de alinea staat in dat document op bytes 9124 tot 10568.