Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 40 Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4430.

3.5 Onderdeel 2 houdt in dat het Hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij zijn oordeel dat haar ziekte [verweerster] tot in 1998 verhinderde haar rechten op schadevergoeding tegen [eiser] geldend te maken, aangezien niet sprake was van een absolute verhindering voor [verweerster] om haar rechten vanaf het moment van de door haar gedane aangifte geldend te maken, nu zij op zichzelf wel in staat was de vordering geldend te maken, maar zij heeft gemeend daaraan geen gevolg te kunnen of moeten geven, omdat dit - in de woorden van de klinisch psycholoog De Heer - zou leiden tot ernstige toename van de symptomatologie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d, en de alinea staat in dat document op bytes 10588 tot 11241.