Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 41 Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4430.
3.6 Vooropgesteld moet worden dat een rechtsvordering als de onderhavige verjaart door verloop van vijf jaren nadat de benadeelde de voor het instellen van de vordering benodigde wetenschap heeft verkregen, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is ontstaan. Ook wat het beroep op de eerstbedoelde verjaringstermijn betreft, eist de rechtszekerheid een vaste termijn; daarom kan in het algemeen niet worden afgeweken van het in art. 3:310 lid 1 BW vermelde aanvangstijdstip van deze termijn. Voorzover zulks ertoe leidt dat een vordering verjaart welke de schuldeiser niet geldend heeft kunnen maken, is dat uit een oogpunt van individuele gerechtigheid moeilijk te accepteren. Daarom is, wanneer zulk een niet-geldend kunnen maken voortvloeit uit omstandigheden die aan de debiteur moeten worden toegerekend, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat deze zich erop zou vermogen te beroepen dat de vijfjarige verjaring een aanvang heeft genomen op het in art. 3:310 lid 1 omschreven aanvangstijdstip daarvan. In een zodanig geval moet dan ook worden aangenomen dat de verjaringstermijn eerst een aanvang neemt, wanneer die omstandigheden het kunnen geldend maken van de vordering niet langer verhinderen (HR 23 oktober 1998, nr. 16.567, C97/037, NJ 2000, 15).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d, en de alinea staat in dat document op bytes 11261 tot 12606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/acf6f576677d3ff8b25151e6400ea72a6babefc159fe85602f98cdc70907e11d | shasum -a 256