Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 33 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4553.
3.3 Het eerste middel richt zich tegen de rov. 3 en 4 waarin het Hof grief 1 tegen het vonnis van de President gegrond heeft bevonden. De grief hield in dat de President de vordering van de Gemeente terstond had moeten afwijzen omdat de Gemeente voldoende gelegenheid had gehad om in een bodemprocedure over het huurrecht van [verweerder] te laten oordelen en/of omdat de vordering onvoldoende spoedeisend was. Het Hof heeft die grief gegrond bevonden op grond van zijn oordeel dat de Gemeente de spoedeisendheid waarop zij zich beroept, zelf heeft gecreëerd door niets te doen en "een dergelijke handelwijze - wat er overigens van de gestelde spoedeisendheid ook zij - geen honorering verdient". Nu partijen al sinds 1999 van mening verschilden over de vraag of [verweerder] de kiosk diende te ontruimen en wet, literatuur noch jurisprudentie een "overduidelijk antwoord" geven op de desbetreffende rechtsvraag, zou het instellen van een (verkorte) bodemprocedure voor de hand hebben gelegen; (alleen) als dat niet tijdig zou zijn gelukt, zou dat een reden zijn geweest om een vordering in kort geding in te stellen, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47, en de alinea staat in dat document op bytes 9329 tot 10475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47 | shasum -a 256