Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 34 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4553.
3.4 De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De omstandigheid dat de eisende partij lang heeft stilgezeten, kan bij die afweging een rol spelen, en de omstandigheid dat een rechtsvraag in geschil is waarop het antwoord niet evident is, kan leiden tot behoedzaamheid bij de toewijzing van de gevraagde voorziening, maar deze omstandigheden kunnen noch ieder voor zich noch in onderlinge samenhang het oordeel rechtvaardigen dat de eisende partij geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft. Evenmin zijn die omstandigheden op zichzelf voldoende voor het oordeel dat de eisende partij, door een vordering in kort geding in te stellen, handelt in strijd met de eisen van een goede procesorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47, en de alinea staat in dat document op bytes 10495 tot 11431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47 | shasum -a 256