Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 38 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4553.

Tegen dit oordeel voert het (als 4.1 genummerde) eerste onderdeel van het tweede middel aan dat krachtens art. 5:94 lid 2 de eigenaar de huur niet gestand behoeft te doen als bedrijfsruimte is verhuurd voor een langere tijd dan vijf jaren, zodat de huurder alleen gedurende de eerste termijn van vijf jaren beschermd wordt tegen de eigenaar. Het tweede onderdeel (genummerd 4.2) voegt daaraan toe dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het feit dat de huurovereenkomst is aangegaan voor tien jaar en daarna steeds is verlengd met een periode van vijf jaar, niet eraan in de weg staat dat [verweerder] wordt beschermd door art. 5:94 lid 2; verlenging van de huurovereenkomst betekent immers niet dat een nieuwe huurovereenkomst wordt aangegaan, zodat de onderhavige huurovereenkomst is aangegaan voor een langere periode dan vijf jaar. Subsidiair betoogt het derde onderdeel (4.3) dat het Hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat het opstalrecht is gevestigd vóór 1 januari 1992, zodat de Gemeente in de akte van opstal geen beding heeft kunnen opnemen waarin de bevoegdheid tot verhuur van de opstal werd beperkt; volgens het onderdeel had het Hof rekening moeten houden met het overgangsrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47, en de alinea staat in dat document op bytes 13468 tot 14747.