Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 41 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4553.

3.9.2 De tekst van de wet wijst niet duidelijk in de ene of de andere richting: zowel de door het Hof gevolgde lezing van [verweerder] als die van het middel zijn daarmee te verenigen. Ook de wetsgeschiedenis van art. 5:94 zelf biedt geen aanknopingspunten. Daarin wordt echter verwezen naar de nagenoeg gelijkluidende regeling bij het einde van het vruchtgebruik (3:217 lid 3) en uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.18 aangehaalde opmerking uit de wetsgeschiedenis van die bepaling is af te leiden dat met "verhuurd voor een langere tijd dan vijf jaren" daar wordt gedoeld op de huurtermijn die loopt ten tijde van het einde van het vruchtgebruik, dat wil zeggen, in het gelijkluidende art. 5:94 lid 2, het einde van het erfpachtrecht. Bovendien volgt uit deze opmerking dat de eigenaar een volgens deze regeling voor te lange duur aangegane huurovereenkomst niet geheel mag negeren, maar deze gestand moet doen voor de (resterende) tijd die met de regeling in overeenstemming zou zijn. Dit een en ander pleit tegen de opvatting dat 3:217 lid 3 en 5:94 lid 2 alleen zouden gelden voor de eerste vijf jaren van een voor die duur aangegane huurovereenkomst en dat het enkele feit dat de huurovereenkomst aanvankelijk voor langere tijd is aangegaan, elk beroep van de huurder op deze bepaling zou uitsluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47, en de alinea staat in dat document op bytes 16327 tot 17666.