Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 42 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4553.

3.9.3 Ook de strekking van de regeling van art. 5:94 lid 2 en het stelsel van de wet inzake de huur en verhuur van bedrijfsruimte in de zin van art. 7A:1624 BW verzetten zich tegen de beperkte uitleg die door het middel wordt verdedigd. De regels betreffende voortzetting en beëindiging van zulke huurovereenkomsten komen erop neer dat zij voor minstens vijf jaar gelden (7A:1625), dat een voor vijf jaar aangegane huurovereenkomst na ommekomst van die termijn van rechtswege tot tien jaar wordt verlengd (7A:1626), dat eerdere opzegging slechts in bepaalde, in de wet omschreven en door de rechter te toetsen, gevallen effect heeft (7A:1628) en dat de huur ook na de eerste tien jaar in beginsel doorloopt, waarbij voor beëindiging van de huur tegen de wil van de huurder tussenkomst is vereist van de rechter, die dan de belangen van partijen moet afwegen (7A:1631a en 1631c). Dit stelsel berust op de gedachte, kort samengevat, dat de huurder van bedrijfsruimte die investeringen heeft gedaan in zijn bedrijf - waaronder de gehuurde ruimte - waarvan het nut voor hem gebonden is aan voortzetting van het bedrijf ter plaatse, beschermd behoort te worden tegen beëindiging van de huur op (te) korte termijn. Aangenomen moet worden dat dit ook de strekking is van de onderhavige regeling, die de situatie betreft waarin niet de eigenaar, maar de erfpachter de verhuurder is. Dat voor die situatie een vergelijkbare regeling is getroffen, ligt voor de hand, nu de huurovereenkomst in dat geval wordt gesloten door iemand aan wie de eigenaar vergaande bevoegdheden met betrekking tot zijn zaak heeft gegeven en het sluiten daarvan in beginsel is aan te merken als normaal gebruik door de erfpachter, terwijl de belangen van de huurder dezelfde zijn als wanneer de verhuurder eigenaar van de ruimte is. In het bijzonder gelet op de situatie in een aantal steden, waar een groot deel van de grond in erfpacht is uitgegeven, veelal voor lange duur, en waar de positie van een erfpachter in vele opzichten overeenkomt met die van een eigenaar, zou tekort worden gedaan aan de hiervoor bedoelde strekking van de regels betreffende huur van bedrijfsruimte als de huurder na de eerste vijf jaar tegenover de eigenaar geen beroep op die regels zou toekomen bij het einde van de erfpacht, vooral in geval van voortijdige beëindiging van de erfpacht door opzegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82372da32f5c646177ee5acd3daa033d1ae39806046a9192a880da4a93455d47, en de alinea staat in dat document op bytes 17686 tot 20056.