Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 46 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4663.
(d) De hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedervennootschap gaat niet zo ver dat de contractant van de dochtervennootschap de moedervennootschap rechtstreeks tot nakoming kan aanspreken. Aan de door de wet beoogde bescherming van de contractant van de dochtervennootschap wordt voldoende recht gedaan indien de moedervennootschap op grond van de hier bedoelde verklaring jegens de contractant van de dochtervennootschap komt te verkeren in een positie als had zij zich ten behoeve van de dochtervennootschap ten aanzien van de in art. 2:403 bedoelde schulden jegens de contractant tot borg gesteld. Aldus is het recht dat de contractant jegens de moedervennootschap aan art. 2:403 ontleent, een afhankelijk recht als bedoeld in de artikelen 3:7 en 3:82 BW dat, indien daartoe gronden zijn, ook door de pandhouder van de vordering kan worden uitgeoefend. (rov. 4.10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398, en de alinea staat in dat document op bytes 13695 tot 14576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398 | shasum -a 256