Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 58 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4663.
3.5.4 Voor zover de Ondernemingskamer haar oordeel heeft gebaseerd op een "redelijke uitleg van art. 2:404" in verband met art. 3:245, getuigt haar oordeel van een onjuiste rechtsopvatting. De in deze laatste bepaling bedoelde rechtsvorderingen strekken immers tot bescherming van het verpande goed. Het doen van verzet als hier bedoeld kan niet worden aangemerkt als een zodanige rechtsvordering, omdat beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid van Akzo Nobel het pandrecht van ING op de vorderingen van WKC op IndustriePark in stand laat en er geen pandrecht is gevestigd ten behoeve van ING op vorderingen van WKC op Akzo Nobel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398, en de alinea staat in dat document op bytes 20102 tot 20756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2e76e977d4e95038d4cbf5b1f423406fb0eb25c9afb59733bd12cfe6839d398 | shasum -a 256