Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 37 Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4767.
3.7. Voor de beoordeling van het middel is het volgende wettelijke kader van belang. Art. 121 GW bepaalt, voorzover hier van belang, dat, met uitzondering van de gevallen bij de wet bepaald, de vonnissen de gronden inhouden waarop zij rusten en dat de uitspraak in het openbaar geschiedt. Ingevolge art. 20, derde lid,(oud) RO behoren onder meer de vonnissen en arresten in strafzaken op straffe van nietigheid in het openbaar te worden uitgesproken en moeten deze zijn ingericht volgens de voorschriften van art. 121 GW. Ook art. 362, eerste lid, Sv vereist een openbare uitspraak. Deze wettelijke regels bevatten geen voorschrift dat een uitzondering toelaat op de grondwettelijke regel dat de vonnissen de gronden inhouden waarop zij rusten en dat de uitspraak in het openbaar geschiedt. Een dergelijke uitzondering is derhalve ook niet gemaakt voor gevallen waarin ten behoeve van de te nemen beslissing gegevens in de uitspraak moeten worden vermeld die zijn verkregen tijdens niet openbare terechtzittingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a285298f4990c67e663d1289d70415e462fa8f0e9e9780aa363f5b54a52e6bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a285298f4990c67e663d1289d70415e462fa8f0e9e9780aa363f5b54a52e6bc, en de alinea staat in dat document op bytes 11789 tot 12816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a285298f4990c67e663d1289d70415e462fa8f0e9e9780aa363f5b54a52e6bc | shasum -a 256