Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 46 Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5152.
3.5.1 Onderdeel 3 betoogt dat het Hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan door in de rov. 4.4 t/m 4.11 onder verwijzing naar artikel 2:248 BW wegens het enkele ontbreken van de jaarrekening te oordelen dat [eiser] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. Het voert aan dat de toetsing van het vermeende onbehoorlijke bestuur van [eiser] niet dient plaats te vinden aan de hand van art. 2:248 BW - dat geldt in de verhouding tus- sen bestuurder en curator - maar binnen het kader van de ketenaansprakelijkheid en de Tweede misbruikwet aan de hand van de art. 16d CSV en/of art. 36 Iw 1990. Na die toetsing zal ook een causaal verband aannemelijk moeten zijn tussen de gewraakte bestuurshandelingen en de niet betaling van de premie of belasting, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df016dffdc820d85efae37f8f0f46f5562e1b3a0159bcb281a8ee62a3d1649d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df016dffdc820d85efae37f8f0f46f5562e1b3a0159bcb281a8ee62a3d1649d, en de alinea staat in dat document op bytes 17581 tot 18382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df016dffdc820d85efae37f8f0f46f5562e1b3a0159bcb281a8ee62a3d1649d | shasum -a 256