Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 54 Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5157.
3.10 De klacht van onderdeel 4 betreft de overweging van het Hof in de slotzin van rov. 7. Blijkens de daaraan voorafgaande volzin is het Hof van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] ten gevolge van het faillissement niet in staat zou zijn geweest het beroep van zelfstandig autospuiter uit te oefenen, waarin besloten ligt dat naar 's Hofs oordeel het faillissement niet als (tussenkomende) oorzaak van de arbeidsongeschiktheid kan worden aangemerkt. In de in het onderdeel aangevallen overweging geeft het Hof aan op welke wijze naar zijn oordeel [verweerder] ook na zijn faillissement zijn beroep had kunnen uitoefenen. Niet valt in te zien waarom, zoals in het onderdeel wordt betoogd, het Hof had moeten vaststellen dat [verweerder] dit ook inderdaad zou hebben gedaan. Het onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3df4e8e1a43e3664d2acd20814ac826534d9535321fd2cf3b939332065dbfa36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3df4e8e1a43e3664d2acd20814ac826534d9535321fd2cf3b939332065dbfa36, en de alinea staat in dat document op bytes 19387 tot 20224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3df4e8e1a43e3664d2acd20814ac826534d9535321fd2cf3b939332065dbfa36 | shasum -a 256