Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 53 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5160.

3.4.2 Het onderdeel faalt. Een tussen een schuldeiser en een schuldenaar gesloten overeenkomst als bedoeld in art. 3:277 lid 2 BW, die bepaalt dat de vordering van die schuldeiser jegens alle of bepaalde andere schuldeisers een lagere rang neemt dan de wet hem toekent, impliceert niet zonder meer dat die schuldeiser zijn bevoegdheid tot verrekening heeft prijsgegeven of in geval van faillissement van zijn schuldenaar eerst dan zijn verhaalsrecht kan uitoefenen indien die andere schuldeisers zijn voldaan. Of deze gevolgen aan een overeenkomst van achterstelling zijn verbonden, is afhankelijk van hetgeen partijen in het concrete geval zijn overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47a5d3f0f700de24f872a95ac6e10e958d1e3862791a5b95047666d990374e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47a5d3f0f700de24f872a95ac6e10e958d1e3862791a5b95047666d990374e50, en de alinea staat in dat document op bytes 13717 tot 14391.