Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 24 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5161.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 11 maart 1999 in het incident de vordering tot oproeping in vrijwaring van [betrokkene 1] en [B] B.V. toegewezen en bij eindvonnis van 25 november 1999 het verzet van [verweerder] ongegrond verklaard behoudens voorzover het betreft de bij het verstekvonnis van 23 april 1998 tussen partijen en [A] B.V. toegewezen hoofdsom. Voorts heeft de Rechtbank met vernietiging van dat vonnis in zoverre [A] en [verweerder] hoofdelijk veroordeeld om aan Uniekaas te betalen ƒ 276.710,-- exclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de oorspronkelijke dagvaarding, zijnde 28 januari 1998, tot aan de dag van de algehele voldoening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7c8a42eb9fc4d07f1210c0bd3cd1bf14dc889ee959e2b1116213c5b224b4d3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7c8a42eb9fc4d07f1210c0bd3cd1bf14dc889ee959e2b1116213c5b224b4d3d, en de alinea staat in dat document op bytes 6268 tot 6980.