Citaat | Hoge Raad 23 juli 2002
Alinea 22 Hoge Raad 23 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 23 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5205.
4.3. Het middel betoogt dat het door de firma [de firma] in dienst nemen van de opgeëiste persoon op zichzelf niet kan worden beschouwd als het afgeven van enig goed in de zin van art. 326 Sr. Dit betoog kan niet tot cassatie leiden. De firma [de firma] is immers in ieder geval een verbintenis aangegaan die kan worden aangemerkt als een schuld in de zin van die wetsbepaling. Ook de klacht dat het tonen van een niet aan de autoriteiten teruggegeven rijbewijs niet als een oplichtingsmiddel kan worden aangemerkt, faalt. De Rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat de opgeëiste persoon een valse hoedanigheid heeft aangenomen en dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoeft geen nadere motivering, in aanmerking genomen de hiervoor in 4.2 weergegeven gang van zaken. Daaruit blijkt dat de opgeëiste persoon, terwijl hij zijn rijbevoegdheid had verloren, zich als ervaren chauffeur voorstelde aan de directeur van de firma [de firma] en met hem proefritten maakte, en vervolgens aan die directeur een rijbewijs toonde waarvan hij wist dat dit vervangen was door een nieuw rijbewijs dat echter in beslag was genomen. Het middel kan dus niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06d9dd2080b26fdbfdf050289429af94fd9afa36c85943744e34eddf630c34b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06d9dd2080b26fdbfdf050289429af94fd9afa36c85943744e34eddf630c34b6, en de alinea staat in dat document op bytes 9068 tot 10273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06d9dd2080b26fdbfdf050289429af94fd9afa36c85943744e34eddf630c34b6 | shasum -a 256