Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 15 Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5216.

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende is op 6 oktober 1994 buiten gemeenschap van goederen gehuwd. Vóór of op 15 oktober 1990 - de datum genoemd in artikel 75, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) - hadden belanghebbende en haar latere echtgenoot ieder een lijfrenteovereenkomst afgesloten, waarvan de jaarlijkse premie onderscheidenlijk f 11.926 en f 16.863 bedroeg. Deze premies zijn ook in het onderhavige jaar (1995) voldaan. De Inspecteur heeft bij de aanslagregeling deze premies met toepassing van artikel 5, lid 3, van de Wet samengevoegd en bij belanghebbende, als de echtgenoot met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen, in aftrek toegelaten tot het in artikel 75, lid 3, van de Wet (tekst 1995) vermelde maximum van f 19.670.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f77fe255cbc48766ba4d73d2e00f3e6f70ec6f9061e67ae124069938f848f111. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f77fe255cbc48766ba4d73d2e00f3e6f70ec6f9061e67ae124069938f848f111, en de alinea staat in dat document op bytes 5360 tot 6174.