Citaat | Hoge Raad 26 november 2002
Alinea 30 Hoge Raad 26 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5591.
3.5.1. Naar uit het voorgaande volgt heeft de wetgever voor wat betreft het moment dat een vordering als de onderhavige aanhangig wordt gemaakt in de zin van art. 511b, eerste lid, Sv de datum waarop deze vordering is gedateerd beslissend geacht. Daarbij heeft kennelijk voorgezeten dat die datum heeft te gelden als moment waarop die vordering van de officier van justitie ter betekening aan de betrokkene is uitgegaan, zodat in dit opzicht wordt aangesloten bij de in de jurisprudentie ontwikkelde regel ten aanzien van het tijdstip waarop een strafzaak door middel van een inleidende dagvaarding aanhangig wordt gemaakt. (vgl. HR 7 mei 1985, NJ 1985, 775).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf, en de alinea staat in dat document op bytes 10992 tot 11664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf | shasum -a 256