Citaat | Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 31 Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5591.

3.5.2. De onderhavige, zich bij de stukken bevindende, vordering behelst geen datering. Het Hof heeft uit de omstandigheid dat in deze zaak op 15 oktober 1998 voor het eerst is getracht de vordering aan de betrokkene uit te reiken op het adres waar hij volgens de gemeentelijke basisadministratie toen ingeschreven stond, afgeleid dat die vordering uiterlijk op die datum van de Officier van Justitie is uitgegaan. Het heeft die datum vervolgens in aanmerking genomen bij de beantwoording van de vraag of de in art. 511b, eerste lid, Sv genoemde termijn van twee jaren was inachtgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf, en de alinea staat in dat document op bytes 11703 tot 12303.