Citaat | Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 46 Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5591.

4.4. Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat de wetgever aan de enkele omstandigheid dat een vordering als de onderhavige weliswaar binnen de in art. 511b, eerste lid, Sv genoemde termijn van twee jaren, doch niet "zo spoedig mogelijk" in de zin van die bepaling aanhangig is gemaakt, niet het gevolg van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in die vordering heeft willen verbinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d547d18d88783e413fc2d78349ff4b829fe51f8ca57beb2eb1e8a3987ea7dcbf, en de alinea staat in dat document op bytes 15721 tot 16134.