Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 29 Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5611.

b. in het in art. 163, derde lid, WVW 1994 bedoelde geval dat "het door de verdachte verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is" kan ingevolge art. 163, vierde lid, WVW 1994 door de daar bedoelde opsporingsambtenaar aan de verdachte worden verzocht of hij zijn toestemming geeft voor het ondergaan van de in art. 8, tweede lid onder b, WVW 1994 bedoelde bloedproef;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea52f302271cdcc9734eedb36d33429d61600ad66d2fc8dc64fa6c4134e8312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea52f302271cdcc9734eedb36d33429d61600ad66d2fc8dc64fa6c4134e8312, en de alinea staat in dat document op bytes 10269 tot 10711.