Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 32 Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5611.
3.4. In de onder 3.2 weergegeven overwegingen van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat in een geval als het onderhavige de enkele omstandigheid dat de verdachte ten tijde van de met zijn toestemming ondergane bloedproef in staat was zijn medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet afdoet aan de geldigheid van de bloedproef. Mede gelet op hetgeen onder 3.3 is vooropgesteld, geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea52f302271cdcc9734eedb36d33429d61600ad66d2fc8dc64fa6c4134e8312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea52f302271cdcc9734eedb36d33429d61600ad66d2fc8dc64fa6c4134e8312, en de alinea staat in dat document op bytes 11205 tot 11671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eea52f302271cdcc9734eedb36d33429d61600ad66d2fc8dc64fa6c4134e8312 | shasum -a 256