Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 39 Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5613.

4.4. Gelet op het oogmerk van de wetgever om "handelingen strafbaar te stellen, welke beogen de handel in heroïne en andere drugs met onaanvaardbaar risico voor te bereiden of te bevorderen" en de hierboven geciteerde wetsgeschiedenis, moet worden aangenomen dat onder het begrip "stoffen" als bedoeld in art. 10a, eerste lid, Opiumwet mede zijn begrepen stoffen die gebruikt kunnen worden voor de versnijding van hard drugs. In aanmerking genomen dat het Hof blijkens de bewijsmiddelen heeft vastgesteld dat de verdachte vijftien kilogram paracetamol en coffeïne voorhanden heeft gehad, terwijl dit was bestemd als versnijdingsmiddel voor heroïne, geeft zijn oordeel dat het hier gaat om stoffen in de zin van art. 10a, eerste lid, Opiumwet geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2231848f17eefbff5a3b9906ad04b65767e9a6e3654fc4b503ecf8ec1fe10235. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2231848f17eefbff5a3b9906ad04b65767e9a6e3654fc4b503ecf8ec1fe10235, en de alinea staat in dat document op bytes 12407 tot 13209.