Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 110 Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5654.
"De officier van justitie zal van artikel 151a gebruik kunnen maken als bijvoorbeeld op de plaats van het delict bloed of ander celmateriaal is aangetroffen, terwijl nog geen verdachte bekend is. In dat geval kan dit celmateriaal aan een DNA-onderzoek worden onderworpen en kan het aldus verkregen DNA-profiel worden vergeleken met reeds beschikbare en bewaarde DNA-profielen om zodoende de verdachte op het spoor te komen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf, en de alinea staat in dat document op bytes 32792 tot 33229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf | shasum -a 256