Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 112 Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5654.
3.7.3. Tekst en strekking van die bepaling in aanmerking genomen, valt niet in te zien waarom de daarin voorziene bevoegdheid aan de officier van justitie niet zou toekomen in een geval als het onderhavige, waarin een DNA-profiel voorhanden is dat in een bepaalde zaak van een verdachte is verkregen na een daartoe verstrekte opdracht van de rechter-commissaris.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf, en de alinea staat in dat document op bytes 33357 tot 33733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf | shasum -a 256