Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 115 Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5654.
3.8. Voorzover het middel tenslotte opkomt tegen het oordeel van het Hof dat het op de voet van art. 151a (oud) Sv uitgevoerd DNA-onderzoek geen schending oplevert van het in art. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op privacy, faalt het. Naar uit het voren- staande volgt heeft het Hof immers met juistheid geoordeeld, dat dat onderzoek, in weerwil van de in het verweer en in het middel betrokken stelling, bij wet was voorzien. Nu tevens de onderhavige inmenging in de uitoefening van het recht op privacy in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van het voorkomen van strafbare feiten, vindt het tweede lid van het genoemde art. 8 hier toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf, en de alinea staat in dat document op bytes 34440 tot 35134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf | shasum -a 256