Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 83 Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5654.

opsporing, de vaststelling van de identiteit van overleden personen of van personen die niet in staat zijn inlichtingen over hun identiteit te verschaffen. Als houder van deze registratie zal het Gerechtelijk Laboratorium worden aangewezen. Voorts zal in dit concept-besluit worden bepaald welke profielen in de centrale registratie worden opgenomen. Dit betreft in de eerste plaats de profielen verkregen uit het DNA-onderzoek van sporenmateriaal. Deze profielen staan niet op naam en zijn slechts geïdentificeerd doordat daarbij is aangegeven in welk kader van welk onderzoek deze zijn verkregen. Niemands privacy is hierbij in het geding, zodat geen beperkingen aan de opneming zijn gesteld. Anders ligt dit bij de DNA-profielen die zijn verkregen door het onderzoek van celmateriaal dat van de verdachte is afgenomen. Die staan op naam. Ten aanzien van deze profielen ligt het voor de hand de bewaring aan dezelfde criteria te binden als worden gehanteerd ten aanzien van vingerafdrukken. Uit de registratie worden dan verwijderd de profielen van personen waarvan wordt vastgesteld dat zij ten onrechte als verdacht zijn aangemerkt. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf, en de alinea staat in dat document op bytes 22280 tot 23436.