Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 84 Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5654.
De leden van de PvdA-fractie vroegen waarom niet wordt voorgesteld het DNA-onderzoek te beperken tot die delicten ten aanzien waarvan eventueel op gedwongen wijze celmateriaal van de verdachte kan worden afgenomen. Zij vreesden dat het huidige voorstel de mogelijkheid opent voor het verzamelen van DNA-profielen van aanzienlijk lichtere delicten. Als dit mede wordt beoogd, had dat dan niet in de inleiding expliciet moeten worden vermeld, zo vroegen deze leden. Het antwoord hierop is dat het DNA-onderzoek zulke unieke mogelijkheden geeft voor de identificatie van verdachten dat het gewenst is dit onderzoek ten behoeve van strafvordering een wettelijke basis te geven. Dit is ook de eerste overweging waarop het wetsvoorstel berust (zie blz. 7, memorie van toelichting). Voorts biedt het wetsvoorstel voor een beperkt aantal delicten de bevoegdheid aan de rechter-commissaris te bevelen dat van de verdachte lichaamscellen worden afgenomen ten behoeve van een DNA-onderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf, en de alinea staat in dat document op bytes 23444 tot 24436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cfb6c0e604c4af9651fe8d7357dee04b0cf90987603a48468dfaa96c00b29bf | shasum -a 256