Citaat | Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 51 Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5660.

5.5. In aanmerking genomen dat uit de overige bewijsmiddelen, in het bijzonder uit de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] kan worden afgeleid dat de verdachte ervan op de hoogte was dat en tot welke bedragen aan [C] provisie werd doorvergoed, heeft het Hof kennelijk geen geloof gehecht aan hetgeen de verdachte in de vierde volzin van de hiervoor onder 5.3 weergegeven passage heeft verklaard. Die volzin kon het Hof daarom bij de bewijsvoering terzijde stellen. Daarmee is de betekenis van de door de verdachte afgelegde verklaring, op gevat in de hiervoor onder 5.4 vermelde zin, niet veranderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/533cbe12724683450c09bb56fa0692ac00c85153b8b778cca21270177abbc2ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 533cbe12724683450c09bb56fa0692ac00c85153b8b778cca21270177abbc2ac, en de alinea staat in dat document op bytes 13949 tot 14574.