Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 18 Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5663.

3.1. Het middel behelst de klacht dat art. 290 Sv en art. 360 Sv zijn geschonden doordat de ter terechtzitting van het Hof van 23 mei 2001 verschenen getuige ten onrechte geen antwoord heeft gegeven op de vraag van de voorzitter naar zijn adres en voorts niet blijkt dat naar diens beroep is gevraagd, terwijl het Hof niet uitdrukkelijk heeft beslist dat de getuige die persoonsgegevens niet behoefde op te geven. Voorts wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat het Hof de door deze getuige afgelegde verklaring niet voor het bewijs had mogen bezigen zonder daartoe in het bijzonder de redenen op te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab, en de alinea staat in dat document op bytes 6069 tot 6701.