Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 27 Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5663.

3.4. Art. 290, eerste lid, Sv, welke bepaling ingevolge art. 415 Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, houdt in dat de rechter kan bepalen dat het vragen naar een bepaald in dat voorschrift genoemd persoonsgegeven achterwege zal worden gelaten indien er gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in verband met het afleggen van zijn verklaring overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn beroep zal worden belemmerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab, en de alinea staat in dat document op bytes 8260 tot 8715.