Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 29 Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5663.
"De in de artikelen 190, eerste lid, en 284, eerste lid, eerste volzin, vermelde persoonsgegevens van een getuige behoeven niet altijd van belang te zijn om de identiteit van een getuige te kunnen vaststellen. Zo kunnen bij een professionele getuige andere politiefunctionarissen bevestigen dat de getuige politiefunctionaris is en lid is van een arrestatie- of observatieteam of een pseudokoper is. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab, en de alinea staat in dat document op bytes 9046 tot 9464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab | shasum -a 256