Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 32 Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5663.

3.6. Het Hof heeft kennelijk de bepaling van art. 290, eerste lid tweede volzin, Sv niet toegepast. Zijn oordeel dat die bepaling hier niet voor toepassing in aanmerking kwam, geeft, mede in het licht van de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat zowel uit de verklaring van de verdachte, welke ook is neergelegd in bewijsmiddel 1, als uit die van de getuige [...] zoals hiervoor weergegeven geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat de verdachte en de getuige elkaar kenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d02e22b4b86df21beec115cf34ac5dab351734b5aa58adf7291e4511e5af51ab, en de alinea staat in dat document op bytes 10463 tot 11058.