Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 36 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5804.

3.3.3 De rechter van de gewone verblijfplaats van de kinderen heeft beslist dat zij naar hun woonplaats in Canada moeten worden teruggebracht. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof op grond van dit feit geoordeeld dat voorshands moest worden aangenomen dat het niet doen terugkeren van de kinderen naar Canada door de moeder in strijd met het gezagsrecht van de vader was geschied en derhalve ongeoorloofd was in de zin van art. 3 van het Verdrag. 's Hofs oordeel dat het daarvan uitgaande aan de moeder was te bewijzen dat de vader ermee had ingestemd dat de kinderen niet naar Canada zouden terugkeren geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting inzake de bewijslastverdeling te dezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 10283 tot 10998.