Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 38 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5804.

3.4 Volgens klacht 4 heeft het Hof ontoereikend gemotiveerd waarom het beroep van de moeder op berusting door de vader in de zin van art. 13 lid 1, aanhef en sub a, van het Verdrag, niet opgaat. Deze klacht ziet eraan voorbij dat de moeder geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de Rechtbank dat de vader niet heeft berust in de beslissing van de moeder om na het vakantieverblijf in Nederland niet met de kinderen naar Canada terug te keren. Het aanvoeren van een grief tegen dit oordeel bij de mondelinge behandeling was te laat, tenzij de wederpartij ondubbelzinnig erin had toegestemd dat deze nieuwe grief alsnog in de rechtsstrijd werd betrokken. Daarvan is echter niet gebleken, zodat de klacht geen doel kan treffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 11510 tot 12255.