Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 42 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5804.

3.7 Klacht 7 heeft betrekking op het oordeel van het Hof dat van verzet van de zoon [...] in de zin van art. 13 lid 2 Verdrag niet is gebleken. Vooropgesteld moet worden dat - op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 36 - het Hof niet verplicht was [de zoon] te horen. Het oordeel van het Hof dat van verzet van [de zoon] geen sprake was, is van feitelijke aard en kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Onbegrijpelijk is dit oordeel niet. Alle onderdelen van klacht 7 stuiten op dit een en ander af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa5e7aa56118dfb732c1045905a92c0e03a6afdbf24246388738921ff4db9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13268 tot 13830.