Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 30 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6122.
3.5. Ingevolge art. 511d, eerste lid, Sv zijn de bepalingen van de eerste afdeling van titel VI van het tweede Boek van het Wetboek van Strafvordering en dus ook de art. 287 en 288 Sv - die ingevolge art. 299 Sv ook gelden ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen - van overeenkomstige toepassing bij de behandeling van ontnemingszaken in eerste aanleg. Ingevolge art. 511g, tweede lid, in verbinding met art. 415 Sv zijn de art. 287 en 288 Sv eveneens toepasselijk bij de behandeling van ontnemingszaken in hoger beroep. Een redelijke uitleg van het wetssysteem houdt in dat ook art. 264 Sv, waarnaar in art. 287, derde lid onder a, Sv wordt verwezen, in ontnemingszaken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, van toepassing is. Op de gronden, als vermeld door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie onder 12, moet worden aangenomen dat de wetgever bij vergissing heeft nagelaten in het vierde lid van art. 511b Sv tevens naar art. 264 Sv te verwijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd, en de alinea staat in dat document op bytes 10593 tot 11572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd | shasum -a 256