Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 31 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6122.
3.6. Uit het vorenstaande volgt dat het hier ging om een verzoek als bedoeld in art. 287, derde lid onder a, Sv dat was gedaan na een weigering in de zin van art. 264, eerste lid, Sv. Het Hof had het verzoek daarom slechts kunnen afwijzen op de in art. 288, eerste lid, Sv vermelde gronden. Het oordeel van het Hof dat art. 288 Sv hier niet van toepassing is, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd, en de alinea staat in dat document op bytes 11592 tot 12010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd | shasum -a 256