Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 39 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6122.
4.3. Het oordeel van het Hof dat in het onderhavige geval geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM voor wat betreft de duur van de behandeling van de zaak tot en met het hoger beroep, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat met de behandeling van de zaak in hoger beroep vijf verschillende zittingen gemoeid zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd, en de alinea staat in dat document op bytes 14430 tot 14890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd | shasum -a 256