Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 42 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6122.
4.6. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden. Het middel is dus in zoverre terecht voorgesteld. De rechter naar wie de zaak zal worden verwezen zal die overschrijding bij het bepalen van de hoogte van de eventueel aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting en de duur van een eventuele vervangende hechtenis dienen te betrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd, en de alinea staat in dat document op bytes 15285 tot 15712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ad5eefbd2e3568ecbbfdb964d2f253eda088f45cf8b0962ab26839209bd51dd | shasum -a 256