Citaat | Hoge Raad 10 december 2002
Alinea 35 Hoge Raad 10 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6863.
3.5. De omstandigheid dat de deskundige bij zijn statistische evaluatie van de DNA-analyse geen niet-willekeurige individuen, zoals bloedverwanten van de verdachte, heeft betrokken, brengt derhalve niet mee dat zijn bevindingen niet of niet zonder meer voor het bewijs zouden kunnen worden gebruikt. Dit is slechts anders indien hetzij door of namens de verdachte gemotiveerd is betoogd dat en waarom de deskundige bij zijn statistische evaluatie ten onrechte is uitgegaan van een willekeurig individu, hetzij uit de stukken het rechtstreekse en ernstige vermoeden daarvan rijst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609, en de alinea staat in dat document op bytes 13573 tot 14165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609 | shasum -a 256