Citaat | Hoge Raad 10 december 2002
Alinea 38 Hoge Raad 10 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6863.
4.2. In de hiervoor onder 3.2.2 weergegeven overwegingen heeft het Hof uiteengezet dat en waarom het geen aanleiding heeft gevonden voor het instellen van een onderzoek naar de door de raadsman geopperde mogelijkheid "dat de werkelijke dader een dergelijk spoor opzettelijk heeft achtergelaten om de opsporingsambtenaren op een dwaalspoor te zetten". Voorts ligt in die overwegingen besloten dat die mogelijkheid niet aannemelijk is bevonden. Gelet op hetgeen door de raadsman is aangevoerd, zijn die oordelen toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609, en de alinea staat in dat document op bytes 14543 tot 15089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a1d5502b4e2ec4a52212d28c73f4b6becd927611bc79e84a9f6131413ad3609 | shasum -a 256