Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2002
Alinea 82 Hoge Raad 15 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6870.
4.10. De klacht miskent dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht zonder dat hij van zijn oordeel omtrent de keuze en de betrouwbaarheid van het door hem gekozen bewijsmateriaal rekenschap behoeft af te leggen. Op dit uitgangspunt zijn zowel wettelijke als enkele jurisprudentiële uitzonderingen aangebracht, op grond waarvan onder omstandigheden een nadere redengeving van de rechter wordt verlangd omtrent de betrouwbaarheid van het door hem gebezigde bewijsmateriaal, welke omstandigheden mede afhankelijk zijn van de bijzondere aard van de materie en van hetgeen ter terechtzitting in feitelijke aanleg door of namens de verdachte is aangevoerd. Het ter terechtzitting in hoger beroep namens de verdachte aangevoerde kan echter niet gelden als een dergelijke omstandigheid die de Rechtbank tot een nadere motivering noopte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8841a2ef65b21cdfceece24851e835435d70f9b28ec99f57fb9d1d82222904bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8841a2ef65b21cdfceece24851e835435d70f9b28ec99f57fb9d1d82222904bc, en de alinea staat in dat document op bytes 24670 tot 25793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8841a2ef65b21cdfceece24851e835435d70f9b28ec99f57fb9d1d82222904bc | shasum -a 256