Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 64 Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6874.

3.7. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.4 is weergegeven, geven de hiervoor onder 3.3 vermelde overwegingen van de Rechtbank niet blijk van een onjuiste uitleg van de term "reclame", die in de bewezenverklaarde tenlastelegging klaarblijkelijk is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan volgens art. 5 in verbinding met art. 1, eerste lid onder a, van het Reclamebesluit geneesmiddelen toekomt. In het bijzonder getuigt de verwerping van het verweer dat de advertenties en advertorials strekten ter voorlichting van het publiek en derhalve geen reclame vormen, niet van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat zulke voorlichting, ook in het licht van artikel 1, vierde lid, van de onder 3.4.1 aangehaalde Richtlijn, slechts dan niet als reclame kan worden aangemerkt indien daarin niet - zelfs niet indirect - wordt verwezen naar een geneesmiddel. Die verwerping is in het kader van hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door en namens de verdachte is aangevoerd, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dea5a733c8f6a90c2bed4f758d73f86df4c0c6de8ad85f75b06ca52e205acdd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dea5a733c8f6a90c2bed4f758d73f86df4c0c6de8ad85f75b06ca52e205acdd, en de alinea staat in dat document op bytes 19610 tot 20629.